Banner van de rubriek Lector aan het Woord. Op de pasfoto: Mariette Lusse, die vertelt over kinderarmoede.

Gezond010 heeft korte lijnen met onderwijsinstellingen binnen en buiten Rotterdam. In de rubriek ‘Lector aan het woord’ vertellen lectoren over (de ontwikkelingen in) hun vakgebied. In deel 5: Mariëtte Lusse, lector aan de Hogeschool Rotterdam, vertelt over kinderarmoede. ‘Het gaat erom dat kinderen dezelfde kansen krijgen.’

In Nederland groeit één op de twaalf kinderen in armoede op. In Rotterdam is dat één op de zes kinderen. Het is voor lector Mariëtte Lusse geen nieuwe informatie. ‘Rotterdam is een arbeidersstad. Groepen die risico lopen op armoede zijn hier ruim vertegenwoordigd. Dat zijn bijvoorbeeld mensen die de Nederlandse taal niet goed beheersen, eenoudergezinnen, en mensen met een licht verstandelijke beperking en mensen met laagbetaald of flexwerk. En mensen die in de problemen zijn gekomen, bijvoorbeeld door de toeslagenaffaire.’

Dezelfde kansen

Lusse is ruim bekend met de Rotterdamse problematiek. Ze houdt zich in de Maasstad al langer bezig met de onderwerpen kwetsbare gezinnen, kansengelijkheid en kinderarmoede. De komende vier jaar onderzoekt ze hoe je die armoede het beste kunt aanpakken. Ze doet dit samen met bijzonder hoogleraar kinderarmoede Nicole Lucassen van de Erasmus Universiteit. ‘Wat belangrijk is, is dat armoede verder gaat dan financiële problemen. De Europese Commissie definieert armoede dan ook als een materiële, culturele en sociale beperking. Waar het om draait, is dat kinderen mee kunnen doen en dezelfde kansen krijgen.’

Effect op mentale gezondheid

Ook voor het lichamelijk welzijn heeft chronisch geldgebrek gevolgen. Lusse: ‘Zelfs een ongeboren kind lijdt al onder de stress van armoede. Dat kan leiden tot vroeggeboorte of een te laag geboortegewicht maar ook een negatief effect op bijvoorbeeld de hersenontwikkeling. Zo heb je in de wieg al een achterstand. Kinderen in armoede worden vaak uitgesloten. Ze kunnen niet meedoen met leeftijdgenootjes, want daar is geen geld voor. Dit kan leiden tot een negatief zelfbeeld, pesten, angsten en sombere gevoelens. En dat heeft allemaal gevolgen voor de sociaal emotionele ontwikkeling en hun mentale gezondheid.’

Handreiking voor professionals

Als dit in combinatie gaat met een ongezonde leefstijl, is er een grotere kans op obesitas en andere gezondheidsproblemen. Met Annelies Kassenberg van Hanzehogeschool Groningen ontwikkelde Lusse daarom een handreiking over omgaan met kinderarmoede voor professionals in de geboorte- en jeugdgezondheidszorg. ‘Ook op latere leeftijd heeft armoede effect op de gezondheid. We weten dat mensen met een kleine portemonnee korter leven en een minder goede gezondheid hebben. Dat komt, naast te weinig beweging en niet voldoende gezond eten, door de stress die armoede oplevert.’

Integrale aanpak van armoede

Het praktijkgerichte Onderzoeksprogramma Kinderarmoede van Lusse en Lucassen richt zich niet op het achterhalen van de oorzaken van armoede of welke groepen erdoor getroffen worden. Hier is namelijk al voldoende onderzoek naar gedaan. Lusse: ‘Er is in Rotterdam veel kennis over kinderarmoede, maar die is erg versnipperd. Wij willen die kennis verzamelen en met professionals, ouders en kinderen duidelijk krijgen wat het beste werkt,’ legt Lusse uit. ‘We richten ons met dit onderzoek dus op een effectieve integrale aanpak van armoede.’

Krachten bundelen

Een effectieve professionele structuur is een tweede doel van dit onderzoek. ‘Er werken veel professionals in dit domein en die willen we zo goed mogelijk laten samenwerken door de neuzen dezelfde kant op te laten wijzen. Zo willen we eraan bijdragen dat het geld dat besteed wordt aan kinderarmoede zo goed en efficiënt mogelijk terecht komt.’ Lusse benadrukt dat er veel stichtingen en fondsen zijn die mensen met geldproblemen ondersteunen. ‘Maar ook daar is de hulp enorm versnipperd waardoor mensen de weg ernaartoe niet kunnen vinden. Het zou goed zijn als die organisaties de krachten meer bundelen. Maar ook de overheid heeft een rol. Een voldoende minimumloon zou een enorm verschil maken voor de bestaanszekerheid van mensen.’

Andere hulpbehoefte

Zonder kritisch te willen zijn op de hulpverlening kan Lusse verschillende gevallen noemen waar kinderarmoede beter kan worden aangepakt. ‘Nu is bijvoorbeeld veel hulp gericht op de ouders en hun financiële situatie. Terecht, want als je dat niet oplost, gaan de problemen nooit weg. Maar kinderen lijden anders onder armoede dan volwassenen. Ze dragen bijvoorbeeld de stress van de ouders met zich mee. Of ze voelen zich buitengesloten op school. Zij hebben ondersteuning nodig die ouders in deze situatie niet altijd kunnen bieden.’ Lusse noemt een voorbeeld van een meisje dat slachtoffer is van de toeslagenaffaire. ‘Zij blijkt andere dingen nodig te hebben dan haar ouders. Zo vindt zij het belangrijk dat haar juf weet wat er aan de hand is en dat ze mee kan doen met haar vriendinnen. Haar ouders zijn gescheiden en daar heeft ze ook emotionele ondersteuning bij nodig. Het is belangrijk dat er aandacht is voor die specifieke problematiek.’

Schaamte onder ouders en hulpverleners

Er heerst volgens Lusse veel schaamte rondom het onderwerp. Dat maakt het extra lastig om te ondersteunen bij armoede: ‘Door die schaamte is armoede moeilijk te signaleren. Sommige mensen weten heel goed de schijn op te houden. En professionals durven het onderwerp niet altijd aan te snijden. Een leraar durft dan bijvoorbeeld niet aan ouders te vragen of ze het financieel moeilijk hebben. Dat soort zaken kun je slimmer aanpakken. Deel folders uit over de financiële hulp die een school kan bieden en geef die aan elke ouder, niet alleen de mensen van wie je al weet dat ze het moeilijk hebben.’

Welvarend land

Waarom is het zo belangrijk dat kinderarmoede wordt aangepakt? Lusse legt uit: ‘Er zullen altijd mensen armer zijn dan anderen. Maar aan bestaanszekerheid is wel iets te doen. Heel veel gezinnen zijn bang dat ze ’s avonds geen maaltijd op tafel kunnen zetten. Die angst zou niemand moeten voelen in een welvarend land als Nederland. Dat zou in dergelijke basisbehoeften echt moeten voorzien om zo de toekomstkansen van kinderen te garanderen. Zij verdienen een stabiele, ondersteunende en stimulerende omgeving om in op te groeien.’

 

Het Onderzoeksprogramma Kinderarmoede is geïnitieerd door Kinderhulp en de gemeente Rotterdam. Wil je meer weten over het onderzoeksprogramma? Kijk op de website van Hogeschool Rotterdam voor meer informatie. Dit was deel 5 in onze rubriek ‘Lector aan het woord’. De andere delen kan je hier teruglezen:

  • Deel 1 met lector dr. Feike van der Leij (Inholland) en docent-onderzoeker dr. Canan Ziylan (Hogeschool Rotterdam) over ondervoeding bij thuiswonende ouderen.
  • Deel 2 met prof. dr. Niels Chavannes over eHealth en het National eHealth Living Lab (NeLL).
  • Deel 3 met dr. Richard de Brabander over de rol van social work bij het verkleinen van sociale ongelijkheid.
  • Deel 4 met Henk Rosendal over de Gezonde Wijk en wijkgericht werken.