Hoe kunnen gemeenten invloed hebben op het aanbod van voedsel in de stad? Die vraag is niet makkelijk te beantwoorden. Om in de praktijk te onderzoeken wat wel en wat niet werkt, zijn vier steden een proeftuin gestart. Leendert Meijers, beleidsadviseur van de gemeente Rotterdam gaat aan de slag aan de Beijerlandselaan: ‘Dit soort complexe vraagstukken zijn niet op te lossen vanachter je bureau.’

De Beijerlandselaan is een lange winkelstraat op Rotterdam Zuid. ‘Hier in de omgeving heeft circa 57 procent van de volwassenen overgewicht, waarvan 21 procent ernstig. En dat in een wijk van 12.000 mensen. Het gaat hier dus echt om een grote groep. Hoe dat komt is moeilijk te verklaren, maar als het gaat om zulke grote aantallen dan kun je niet langer zeggen: dit is een individueel probleem,’ vertelt Leendert Meijers.

Onbewuste keuzes

Dat blijkt ook uit diverse onderzoeken(*): mensen maken voedselkeuzes vaak niet bewust, keuzes worden de hele dag door beïnvloed door het aanbod om ons heen en door wat andere mensen eten. ‘Aan de Beijerlandselaan zitten 240 ondernemers. Vijftig ondernemers verkopen voedsel en daarvan zijn er 38 die fastfood verkopen. Dat is beduidend meer dan in de rest van de stad. Uit onderzoek blijkt dat in deze buurt het aantal verkooppunten tussen 2011 en 2021 met 46% is toegenomen. Ook  het aantal mensen dat kampt met overgewicht is gestegen.’

Maar het is niet alleen het voedselaanbod dat mensen een ongezonde keuzes laat maken. Leendert Meijers: ‘Veel factoren beïnvloeden wat we eten: aanbod, opleiding, cultuur en natuurlijk werk en inkomen. Het Nibud heeft berekend dat een gezin van ouders en twee kinderen € 16,14 nodig heeft om één dag gezonde voeding te eten. Heel veel mensen in dit gebied hebben dit budget niet.’

Het aanpakken van de voedselomgeving vergt een lange adem. ‘Dat doe je niet van vandaag op morgen. Het vraagt ook om een intensieve samenwerking tussen verschillende beleidsterreinen van de gemeente,’ legt Leendert Meijers uit. ‘We zitten nu nog in de beginfase. De fase waarin we hard op zoek gaan naar allianties in de wijk. Dat vraagt tijd. Het is een gebied waar al veel gebeurt.’

Draagkracht in de wijk

‘Essentieel daarbij vind ik eigenaarschap en draagkracht in de wijk. We moeten niet alleen deskundigen van buitenaf invliegen, maar samenwerken met de mensen die al wonen en werken in de wijk; die dezelfde ‘taal’ spreken en weten wat er leeft in de wijk. Diëtisten, huisartsenpraktijken en andere gezondheidsinitiatieven kunnen hierbij een belangrijke rol spelen. Dit vanuit de filosofie dat mensen meer vertrouwen op mensen uit hun eigen wijk.’

Rotterdam is één van de vier steden van de City Deal Gezonde en Duurzame voedselomgeving die experimenteert in een proeftuin. De partners in deze City Deal streven ernaar om de voedselomgeving in 2030 overwegend gezond en duurzaam te maken, met name in kwetsbare wijken en rond scholen, in openbare gebouwen en in supermarkten, catering en horeca.

Het is heel lastig om vanachter je bureau dit vraagstuk op te lossen. In zo’n proeftuin kun je al lerende wijs ervaren wat werkt en wat niet. Met de steden in de City Deal doorlopen we dit proces samen: we leren niet alleen van elkaars ervaringen, maar we werken ook samen aan een meetinstrument om het voedselaanbod in de stad te monitoren,’ aldus Leendert Meijers

Sociaal restaurant

Rotterdam kijkt voor mogelijke oplossingen ook over de grens. ‘Een interessant concept is het sociaal restaurant, een plek waar mensen voor minder dan de kostprijs een gezonde maaltijd kunnen krijgen. Dit soort concepten zie je al in steden in België, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Ierland.’

Experimenteren is ook belangrijk omdat het gemeenten momenteel ontbreekt aan wettelijke instrumenten om de stedelijke voedselomgeving te reguleren. Dat concludeerde de Uva in 2021 en was voor de wethouders van de City Deal aanleiding om de staatssecretaris in een brief te vragen om gemeenten meer mogelijkheden te bieden.

‘Nu zijn we afhankelijk van vrijwilligheid en goede intenties. Met wetgeving kun je bij kwetsbare groepen werken met zonering en branchering. Zo kun je bijvoorbeeld regelen dat mobiele snack-karren niet binnen een bepaalde afstand van scholen mogen staan en dat een maximum gaat gelden voor het aantal verkooppunten met fastfood in een bepaald gebied. Zo willen we de gezonde balans in het voedselaanbod herstellen en iedereen een basis bieden voor een gezond leven geven.’

(*) Hierover verschenen o.a. de volgende onderzoeken:
‘Weten is nog geen doen’ van de WRR, 2017.
Havermans, R., Ongezond eten verslavend? Maastricht UMC+/ Universiteit Maatsricht.